de Duiker


a.
boven gekomen, aan ʻt einde beland
de wind die voelt zacht aan je gezicht
met blote voeten net over de rand
op kromme knieen je hele gewicht

ʻt moment tussen de afsprong en het koude water
dat moment van zweven…….. in de lucht
die split-seconde weet je nu bestaat er
geen enkele weg meer terug

b.
het gaan van vaste waarden
het zekere bestaan
voel ik als bange duiker
de steen onder me vandaan

naar het onbekende
je nieuwe gezicht
het wordt zeker wennen
inʼt felle licht

refr.
en je vliegt, je vliegt heel even maar
de wind, de wind die draagt je daar
rillingen, en wapper-wapper-haar
als een adelaar

c.
wat gaat daar komen, er onder beland
de zwaartekracht trekt dichterbij
je ziet de contouren van het zand
een onrustige drang die roept in mij

splatsch, het gevoel en de eerste blik
een rollende rilling….het water sluit
die split-seconde zegt je: nu ben ik
mijn eigen wereld uit

b.
nu het onbekende
het nieuwe gezicht
het wordt zeker wennen
het felle licht

refr.


Tomba del tuffatore